News
Universiteiten kritiseren plan van kabinet om kennis te vermarkten
De Amsterdamse TTO's (VU, UvA en NKI) hebben het Financieel Dagblad uitgenodigd om te praten over een artikel dat op 15 februari j.l. is verschenen in het FD met als titel "Hoogleraren zien weinig heil in nieuwe topsectorenaanpak van minister Verhagen". Na het gesprek hebben Ria Cats en Nelleke Trappenburg het volgende artikel geschreven.

Bron: FD 31 maart 2011
Het kabinet wil dat het bedrijfsleven meer gaat profiteren van de wetenschap in Nederland, maar neemt daartoe niet de juiste maatregelen. Dat stellen Robert Jan Lamers van de Universiteit van Amsterdam, Steven Tan van de Vrije Universiteit en Koen Verhoef van het Nederlands Kanker Instituut. Zij zijn alle drie binnen hun instelling directeur van de technology transfer office (TTO), die probeert de wetenschappelijke uitvindingen op de markt te brengen.
Het kabinet zegt graag de kloof tussen wetenschap en bedrijfsleven te willen dichten. Maar volgens de daarvoor verantwoordelijke TTO's wordt het vermarkten van wetenschappelijke kennis juist lastiger door de voorgenomen miljoenenbezuinigingen op onderzoek. 'Want die vertalen zich een-op-een in een afname van het aantal uitvindingen', zegt Lamers.
Bovendien komt volgens hem de kwaliteit van het onderzoek in het geding. Ook dat bemoeilijkt het vermarkten van wetenschappelijke resultaten, omdat bedrijven naar 'high profile onderzoeksgroepen' kijken, zegt Lamers. 'Toponderzoekers wekken nu eenmaal meer vertrouwen. Investeerders kijken wie op de bok zit.'
Volgens de TTO's kan het nieuwe topsectorenbeleid van minister Maxime Verhagen van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie eveneens negatief uitpakken. In het kader hiervan laat Verhagen nu voor negen 'topsectoren' in de economie, zoals water en chemie, plannen maken om innovatie te bevorderen. De plannen komen van 'topteams' die bestaan uit een boegbeeld uit de sector, een wetenschapper, een mkb'er en een ambtenaar. Hiervoor is euro1,5 mrd vrijgemaakt.
Bij deze topsectorenaanpak bestaat volgens de TTO's het risico dat de industrie te veel invloed krijgt. 'Die mag wel deels de agenda bepalen, dat is zelfs goed, maar niet alles', zegt Verhoef. Dat kan volgens hem het onafhankelijke, niet aan het bedrijfsleven gelieerde onderzoek in gevaar brengen.
Het kabinet vergeet volgens de TTO's met name investeringen in de zogeheten 'development gap', ofwel de tussenstap tussen wetenschappelijke kennis en commerciƫle haalbaarheid van een product. 'Voor een wetenschappelijke publicatie hebben onderzoekers aan een proef met bijvoorbeeld twintig muizen genoeg,' zegt Verhoef. 'Maar om te kijken of een product echt te vermarkten is, zijn wel 500 muizen nodig. Die haalbaarheidstest met 500 muizen is echter duur en bedrijven willen daar niet aan meebetalen.'
Reden waarom ondernemers daarop niet happig zijn, is dat uiteindelijk slechts een klein deel van de universitaire uitvindingen door de haalbaarheidstoets heen komt. Het bedrijfsrisico is dus te groot. Daarom bekostigen TTO's de haalbaarheidstoets meestal zelf of met overheidssubsidies. Ze vrezen dat dit in het gedrang komt indien de industrie te veel te zeggen krijgt.
Volgens de TTO's is het effectiever als de overheid meer geld vrijmaakt voor haalbaarheidsstudies en het opstellen van bedrijfsplannen. Daarbij moeten betere voorwaarden worden gesteld dan nu. 'De eisen zijn nu erg knellend, waardoor veel tijd en geld opgaat aan bureaucratisch gedoe', zegt Tan.
Sinds ongeveer tien jaar hebben veel Nederlandse universiteiten TTO's. Die zijn volgens hen steeds beter geworden in het vermarkten van kennis. 'Lang heerste op universiteiten de angst dat onderzoek waarbij het bedrijfsleven betrokken is, van b-kwaliteit is. Maar er is een cultuuromslag gaande, omdat bedrijven moeten bezuinigen op eigen onderzoek en ons nodig hebben. En wij hebben hen voor de productontwikkeling', zegt Lamers.
De TTO van de VU heeft nu 'dertien tot zestien' echte bedrijven tot stand gebracht, zegt Tan. 'Dit kan slechts het topje van de ijsberg zijn, want TTO's bestaan nog vrij kort.' Volgens hem speuren TTO's met een budget van zo'n euro 1 mln per jaar binnen hun universiteit naar succesvolle uitvindingen. Ze zoeken er meestal een ondernemer bij die vervolgens samen met de onderzoeker een bedrijf opricht. Ook komt voor dat een bedrijf zelf een vinding van de universiteit in zijn geheel overneemt. Om onderzoekers te prikkelen hun kennis marktklaar te maken, bieden TTO's ze een flink percentage (tot 33%) van de opbrengst.
De TTO's verzuchten echter dat ze moeten vechten tegen het vooroordeel dat er niet genoeg gebeurt. Tan: 'Neem dat plan van Verhagen om octrooien die op de plank liggen op 'no cure, no pay'-basis te laten gebruiken door ondernemers. Er liggen helemaal geen octrooien op de plank, want dat is te duur. Octrooien kosten euro 10.000 tot euro 15.000 per jaar. Een onderzoeker krijgt maximaal dertig maanden om zijn vinding te vermarkten. Anders stoppen we ermee.'
Een cultuuromslag op de universiteiten is gaande. Steeds meer uitvindingen monden uit in echte bedrijven.
Artikel FD 15 februari:"Hoogleraren zien weinig heil in nieuwe topsectorenaanpak van minister Verhagen"
